Posts

Posts uit april, 2025 tonen

James Purdy (1914-2009), vier gedichten

ZEEZOUT Hij staat geleund tegen de takken van de pruimeboom Zijn baardeloze gezicht is aangetast door zilt nat want hij is een zeeman, maar zo jong. Op de wal is hij altijd tussen bomen en rozen maar het zilte nat verlaat zijn huid niet. Alleen kussen kunnen het weghalen, zei iemand hem. Maar goed, hoe goed zijn kussen, per slot van rekening? Want als hij op zee is zal het zilte nat zijn gezicht en zijn lippen weer omvatten. Het zilte nat is op zijn huid dus verliefd. (Het is ruw op het huidoppervlak.) SEA SALT  He is leaning against the branches          of the plum tree. His beardless face is touched with brine for he is a sailor, though so young. On shore he is always amongst trees and roses, yet the brine does not come off his skin. Only kisses will remove it,          someone told him. But then,  what good are kisses, after all? For when he is a...

James Purdy (1914-2009), drie gedichten

Jan Erik, alleen Ik kan alleen de Maan vertellen hoeveel ik van de jonge timmerman houd. Maar de Maan geeft me zelfs          niet genoeg kracht om mijn kamer uit te gaan. Ik wacht, zie je, totdat hij belt. De reden voor stilte tussen ons: hij heeft nog maar pas een nieuw nummer en dus verbindt de bedrading ons nog niet. Ik vertel het de Maan maar de Maan kan alleen maar luisteren. Weer voel ik mijn vingers over de welving van zijn borst en hoor ik mijn eigen hartslag als ik mezelf omlaag zie buigen om zijn zachte vlees te bedekken met de honger van mijn kussen. Jan Erik, alone I can only tell the moon how much I love a young carpenter. But the Moon does not give me even          enough strength to go out from my room. I am waiting, you see, for him to call. The reason for silence between us: he has only recently got a new number and so the wires do not reach between uns. I tell the Moon but the Moon can only listen. Again I fe...

Cassiano Nunes (1921-2007), Episode - Episode

  Episode In de goedkope kamer kleedde hij zich helemaal uit voor de daad, liefde genaamd. Zelfs zijn sokken trok hij uit. Dit ongepaste gebaar ontroerde mij behoorlijk. Ik zag er een teken in van weldoordachtheid en zelfs een zweem van klasse. Episode In the cheap room he undressed completely for the act called love. He even took off his socks. This uncalled for gesture moved me considerably. I found in it a mark of consideration and even a touch of class. Bron: The Penguin Book of Homosexual Verse , Edited by Stephen Coote, Middlesex etc., Penguin Books, 1983, p. 331.

James Fenimore Cooper (1789-1851), Aan een Vriend - To a Friend

     Aan een Vriend Jouw stem, zo teder als het licht Die beeft bij avondstond – Jouw haar, dat duizend vonken dicht, Weeft voor- en achtergrond – Jouw pronk in haar diversiteit Wekt angst én warrigheid. Jouw ogen, bergend stille pret Als diepe meren, spatten vuur – Mijn blik durft ze niet kruisen of maar net, Mijn wens mocht zijn obscuur, Dat jíj ’t geheim dan maar ontwaart Tenzij ook dat mij weer bezwaart. Hard is de wereld die niet geeft Aan elke liefd’ een plaats; Hard is de macht die zegt: ‘jij leeft Jouw leven buitengaats’ – Hard, hard, te missen, lief, jouw sier, Mijn ster en mijn religie hier! To a Friend Thy voice, as tender as the light That shivers low at eve – Thy hair, where myriad flashes bright Do in and outward weave – Thy charms in their diversity Half frighten and astonish me. Thine eyes, that hold a mirth subdued Like deep pools scattering fire – Mine dare not meet...

Tweemaal NEE - I: De Génestet. II: Van Kooten & De Bie

  I Pieter Augustus de Génestet (1829-1861 ) NEEN Gelukkig hij en vrij en vroed Die neen durft zeggen, neen, Dat bondig woord, vol mannenmoed, Tot iedereen. Neen tot zijn kind, zijn vriend, zijn vorst, En tot de schare – neen! Uit hooge niet, maar vrome borst, Neen – schoon alléén. Neen, voor den naam, den roem, de macht, De top der blinkende eer, En waar Fortuin hem lokt en lacht: Ik biede u meer! Neen, in ’ t beslissend uur van ’ t lot, Als ’ t machtig geestenkoor Des wijzen kloekheid vaak bespot En brengt van ’ t spoor. Neen, tot den Booze, in lichtgewaad! Die ’ t edel hart verleidt; Den Booze – met het zacht gelaat, Dat bidt of schreit. Neen, tot zich-zelf, zijn slingrend hart, Vol gloed of teederheên, Neen – met een traan van spijt, van smart, Maar nochtans neen. Gelukkig, op de gladde paên Des levens, die ’ t vermag; Die man zal recht en veilig gaan, ...

John Keats (1795-1821), Geschreven uit Afkeer van Plat Bijgeloof - Written in Disgust of Vulgar Superstition

  Geschreven uit Afkeer van Plat Bijgeloof De kerkklok luidt melancholie rondom                En eist van mensen weer gebed als borg,                 Alweer droefgeestigheid, weer bange zorg, Weer preken horen hard van klank. Zeker, de mensengeest zit in ’t gevang                Van zwarte ban; hij ziet dat elke traan                Hemzelf van binnenuit verblijdt, Lydisch verstaan, En omgekeerd de hemeling met eer omrankt. Nog luiden ze, en ik, ik voel een damp –           Een kou als uit een graf – wist ik dan niet           Dat z’ aan het sterven zijn als een versleten lamp; Dat het hun zuchten is, hun klacht waarna ze gaan           Naar de vergetelheid – waar bloemkn...

Hartley Coleridge (1796-1849), Langdurig Kind - Long Time a Child

  L a ngdurig K ind Langdurig kind, en nóg een kind ben ik Na jaren man’lijkheid, getekend op mijn kaak; Leef ik geboren zonder stervenssmaak − Kwistig verslijter van glimlach en snik, Geen hoop had ik ooit nodig, geen weet had ik van schrik. Maar slaap, schoon zoet, is ook maar slaap; en wakend waakt’ ik slechts om slaap te mind’ren. Mijn baken: Leeftijdsvoorsprong, incluis heel de mik- Mak plichten op mijn rug. Geen kind, geen man, Niet jong, niet wijs, zie ik mijn grijze hoofd, De ongelopen race heb ’k niet gewonnen, verre van! De trage mei: dra door december snel geroofd En nóg ben ik een kind, ofschoon al oud − Tijd eist de schuld op van mijn jaren, onontvouwd. Long Time a Child Long time a child, and still a child when years Had painted manhood on my cheek, was I; For yet I lived like one not born to die − A thriftless prodigal of smiles and tears, No hope I needed, and knew no fears. But sleep,...