Friedrich Hebbel (1813-1863), Dood van een jochie
Dood van een jochie Vanaf de berg het joch Klimt – wat dan nog? – Bij warme zomerdagen In ’ t dennewoud. Hij stopt: té lang gesjouwd Kan hij zich nét nog d ragen. Plots van zo hoog Krijgt hij in ’ t oog In ’ t dal een beek aan ’ t schuimen; Hij: grote dorst , Het is hem worst : Erheen ! Wie zou ’ t verzuimen! Eind ’ lijk een stroom! Ach, ’ t is een droom, Niets kan zó heerlijk blinken! Hij slurpt en d rinkt, Hij valt en zinkt En drinkt nog bij ’ t verdr inken! Het lied is uit , Ween jij nu luid ? Wie zal ’ t ook ’ s winters zingen! In zomertijd Ben je bereid ´t Joch achterna te springen . Knabentod Vom Berg der Knab ’ , Der zieht hinab In heißen Sommertagen; Im Tannenwald, Da macht er Halt, Er kann sich kaum noch tragen. Den wilden Bach, Er sieht ihn jach Ins Tal herunter schäumen; Ihn dürstet sehr, Nun noch viel mehr: Nur hin! Wer würde säumen! Da ist die Flut! O in der Glut, Was kann...