Posts

Posts uit december, 2024 tonen

Joseph von Eichendorff (1788-1857), In wilde wisseling... - In wildem Wechsel...

Afbeelding
  Joseph von Eichendorff, 1841   I n wilde wisseling voert het vlucht’ge leven. Bang drijft de schipper op de vliedende golven, Door blik op land en mensen haast bedolven, Ergens toch moet het volle zeil naar streven. In scheem’ring al ziet hij zijn thuis vervagen, Cypressen uit vergeten bloemengolven; Herwaarts glimt iets nog lief als regenbogen; Hij staat alléén – en kan slechts hunk’rend klagen, Niets blijft, maar uit herinnerde zoete smarten, Daar wil verwelkte tijd zich weer herstellen. Al zijn fijne momenten lang verstreken: Toch rust hun stille beeld in mijmerharten Lentes gelijk, door toverglans bestreken, Om fris heel ’t leven door te vergezellen. I n wildem Wechsel treibt das flüchtige Leben. Bang schwebt der Schiffer auf den fliehenden Wogen, Vorüber Land und Menschen fortgezogen, Es muß wohin die vollen Segel streben. In Dämmrung sieht er noch die Heimat ragen, Cypressen aus vergeßnen B...

Marco Lodoli, Godfried Bomans en John Keats

Afbeelding
I Marco Lodoli I n deze dagen woeden oorlog en waanzin, en niemand weet hoe lang nog en hoeveel leed ze nog zullen ontketenen. De bommen en de smart zijn ver weg, maar de rook van de verwoesting is zelfs hier voelbaar, de wind van de angst brengt ze naderbij en dringt door tot in longen en gedachten. Deze onsystematische gids zou de aandacht willen vestigen op plekken waar schoonheid en poëzie op één eiland zijn blijven bestaan: boeken, bomen, schilderijen, een bar aan de rand van de stad, een zijstraat – maar zo nu en dan zouden we nog het liefst een zwarte doek over ons heen willen gooien, een bord omhangen met het opschrift ‘Wegens sterfgeval gesloten’ en de eenvoudige woorden des levens voor betere tijden bewaren. Nog het liefst gingen we aan de kant staan en erop wachten dat de bittere smaak van het ongeluk voorbijgaat. Toch dwingt ons iets om door te gaan, wellicht de illusie dat zelfs een goed geformuleerde zin eraan bij zou kunnen dragen om de harmonie te her...

Carl Spitteler (1845-1924), De profetenkeuze - Die Prophetenwahl

  de profetenkeuze Om een profeet nu voor zijn volk te kiezen Kreeg Hij pre-existenten in de smiezen: Jahweh. Hij opende het zielenhuis En spoken zwermen uit, weg uit hun kluis. ‘ Volg mij’, bepaalt hij en met vaste tred Gunt hij hen allen bij een bergdal pas belet. ‘ Zie toe, dat gij de top bereikt en dwaal niet af: Maak dus uw keus, niet van de hel uw graf!’ De meerderheid tuimelt van ’t dodenpad Eén hoopje haalt direct de hemelstad, Een ander tastte blind’lings heen en weer Maar vond de goede weg toch evenzeer. Doch één man gleed – die in Satan gelooft – Vlak langs de grens van d’ ondeugd-kloof Rook aan de poel, snoof rottingsgeur, Dronk vrolijk elke gift’ge slijk-odeur. Geen duivelsbron als vuilnishoop Waar hij niet toch zijn duim in doopt. Tot eind’lijk slim verstand ook hem bewoog En hij plots sluiks keek naar omhoog. ‘ Díe is ’t’, sprak God tot d’ engel Rafaël. ‘ De sterkste zielen dwalen natur...

NOOYT VOLMAAKT, gevelsteen, Brouwersgracht 52, Amsterdam.

Afbeelding
 

Lord Byron (1788-1824), Een Fragment - A Fragment (1803)

  Een Fragment (1803) Als, voor hun lichte hal, mijns vaders stem Mijn geest bij name noemen zal, verheugd en zonder rem; Als, zwevend op de storm, mijn vorm niet langer draalt Of, donker in de mist, de zijkant van de berg afdaalt; O! Laat mijn schaduw, ongeürnd en ongeëerd, Verstoken van een plek waar eerdaags stof in stof verkeert! Geen langgerekte rol, geen lofbeladen steen; Mijn grafschrift zij mijn náám alleen: Dat hij mijn lijf voorgoed laat onbekroond, O! Dat geen and’re roem mijn daden nog beloont! Hij en slechts hij verkiest de plek: Híj zij mijn eeuw’ge faam of zij een godvergeten vlek. A Fragment (1803) When, to their airy hall, my father’s voice Shall call my spirit, joyful in their choice; When, poised upon the gale, my form shall ride, Or, dark in mist, descend the mountains side; Oh! may my shade behold no sculptured urns, To mark the sp...

John Keats (1795-1821), De Dichter - The Poet

De Dichter   Bij ochtend, middag, avond, ’t nacht’lijk uur Staat hij aldoor in toversfeer Met talisman de geesten op te roepen, vreemd veeleer, Uit plant, krocht, rots en bron. Op zijn getuur Verraadt de schil van de natuurobjecten onwijs puur De kern, en elk beraadseld wezen uit die invloedssfeer Onthult de elementen van wat goed is en van eer, Zíj doen hem zien, waar Leren maakt obscuur. Op zo’n moment is ’t, boven alwat grof en grijpbaar is, Zijn geest, die dan zijn alledaagse sleur ontvlucht Met grootse vleugelslag; in die voorziene hemellucht Wordt hij mystiek vereend. ’t Lijkt net of het voorbarig is, Totdat die hoge innigheid, aan al ’t aards’ ontroofd, Een lichtkrans afstraalt rond zijn sterf’lijk hoofd.   The Poet   At morn, at noon, at eve, and middle night, He passes forth into the charmèd air, With talisman to call up spirits rare From plant, cave, rock, and fountain. To his sight The hu...