James Purdy (1914-2009), vier gedichten


ZEEZOUT


Hij staat geleund tegen de takken

van de pruimeboom

Zijn baardeloze gezicht is aangetast door zilt nat

want hij is een zeeman, maar zo jong.

Op de wal is hij altijd tussen bomen en rozen

maar het zilte nat verlaat zijn huid niet.

Alleen kussen kunnen het weghalen,

zei iemand hem.

Maar goed, hoe goed zijn kussen, per slot van rekening?

Want als hij op zee is

zal het zilte nat zijn gezicht en zijn lippen weer omvatten.

Het zilte nat is op zijn huid dus verliefd.

(Het is ruw op het huidoppervlak.)




SEA SALT

 He is leaning against the branches

        of the plum tree.

His beardless face is touched with brine

for he is a sailor, though so young.

On shore he is always amongst trees and roses,

yet the brine does not come off his skin.

Only kisses will remove it,

        someone told him.

But then,  what good are kisses, after all?

For when he is at sea

the brine will envelope his face and lips again.

The brine is in love also with his skin.

(It is rough on the surface of skin.)






LAAT DE SNEEUW NIET VALLEN


Deze vertaling is voor jou, Jan


Ik wil niet zien hoe de sneeuw valt

of hoe alle bomen hun blaren laten vallen

wil niet staren naar de naakte witte aarde

en naar het gras onder dorre kruiden.

Ik verwijt de hagel dat hij valt

en de zee dat hij zijn zout verspreidt,

en ik schreeuw

Laat de sneeuw niet vallen

of de zon verspeelt zijn vlam

Zorg dat zijn hart niet bevriest

in de bijtende greep van het graf.





DON'T LET THE SNOW FALL

I don't want to see how the snow falls

or the trees all shed of their leaves

don't want to stare at the bare white earth

and the grass under skeleton weeds.

I chide the hail for falling

and the sea when it scatters its salt,

and I cry

        Don't let the snow fall

        or the sun give up its flame

        Keep his heart from freezing

                in the bitter sting of the grave. 





IK HEB JE GEZEGD JE HANDEN ZIJN ZOUT


Ik heb gezien dat je handen sliepen

de nerven praten tegen me als je ligt

je handen zijn wit als zout

ze nodigen de lippen en zelfs de tanden uit

de zout-witte handen die op de deken liggen

dwingen tot een verschrikkelijke kus.

 

 

 

I HAVE YOU TOLD YOUR HANDS ARE SALT

I have seen your hands asleep

the veins are talking to me as you lie

your hands are white as salt

they invite the lips and even  the teeth

the salt-white hands that lie on the quilt

command a terrible kiss.





 

 

HIJ BEKEEK ME


Toen ik hem laatst zag

kon ik niet zeggen

wend je blik af.

Hij bekeek me

en ik kon me niet afwenden:

vastgehouden als verblind door de aanblik.

Ik kon niet zeggen

wend je blik af.

Hij bekeek me

terwijl hij zich van zijn kleren ontdeed

helemaal vanaf de overkant van de straat,

bekeek hij me

met zijn ogen in vuur en vlam

elk kledingstuk rap weggeworpen

zochten zijn ogen alleen mij

onze kamers, zo ver van elkaar af,

waren plots dichtbij.

Want hij had helemaal niets aan

spiernaakt

op zijn ogen, vol enthousiasme, na

die kleedden hem, zou je kunnen zeggen,

met een hemels licht.

Naakt,

toen hij me bekeek,

leek hij te zeggen


Ik ben klaar voor je

maar je bent ver weg.


Hij bekeek me

verder valt er niets te zeggen.




HE WATCHED ME

When at last I saw him

I could not say

turn away your gaze.

He watched me

and I could not turn away:

held as if blinded by the sight.

I could not say

turn away your gaze.  

He watched me

as he doffed his clothes

from across a city street away

he watched me

with his eyes ablaze

each garment rapidly disposed

his eyes then sought only me

our rooms so separately far

were suddenly close.

Then he had nothing on at all

not one stitch

except his eyes so full of zeal

clothed him you might say

with heavenly light.

Naked

as he watched me

he seemed to say

 

I am prepared for you

but you are far away.

 

He watched me

there is no more to say.





Bron: James Purdy, Collected Poems, Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1990, p. 105, 106, 107 en 108v. De bovenstaande vertalingen werden eerder gepresenteerd tijdens het poëziefestival Van twaalf tot twee tien uur poëzie’ te Nijmegen op 7 juni 1997. De Engelse versie van het tweede gedicht, ‘Don’t let the snow fall’ (oorspronkelijk verschenen in: Dawn don’t let the snow fall (A story and a poem), Utrecht, Sub Signo Libelli, 1985) blijf ik opdragen aan Jan, mijn vriend die veel te jong gestorven is (1963-1993).




Reacties

Populaire posts van deze blog

Jos Augustus, Schrijven over kunst

Fukushima, technocratie en een beetje filosofie